Sarah* liep op haar veertiende weg van huis. Via de crisisopvang en een gezinshuis kwam ze in een woongroep terecht. Jeugdbeschermer Petra van Til werd haar tweede en laatste voogd. Sarah: “Ik vond het heel lastig dat iemand beslissingen over mij kwam nemen. Tot mijn verbazing was ze heel chill.”
Dat was tien jaar geleden. Sarah is inmiddels 24 jaar. Ze woont samen met haar zoontje en is in verwachting van haar tweede kind. De voogdij werd op haar achttiende beëindigd. Toch hebben Petra en Sarah af en toe nog contact. “Toen ze mijn voogd was, belde ik haar altijd als eerste op als er iets was. Nog steeds, als ik tegen dingen aanloop, app ik haar en reageert ze meteen.”
Als voogd had Petra de taak om ervoor te zorgen dat Sarah veilig kon opgroeien en zich kon ontwikkelen. Een voogd heeft ook de wettelijke positie om zaken als wonen, school en financiën te regelen. Daarvoor kwam ze regelmatig op bezoek. Daarnaast kon Sarah altijd bellen of appen.
Sarah: “Ik had een enorme hekel aan ‘moeten’. Petra ging me nooit dwingen, wat ik eerlijk gezegd wel had verwacht, maar ze luisterde heel goed en gaf me advies. Of als ik iets had gedaan wat niet mocht, ging ze met mij in gesprek. Op een heel fijne manier. Ze vroeg altijd eerst: waarom? Zei daarna bijvoorbeeld hoe ik het ook anders kon aanpakken. Of ze zei: het is jouw keuze. Ook de financiën heeft ze voor me geregeld. Ik redde het niet met 10 euro in de week. Nadat ik dat had gemeld, kreeg ik iets meer op mijn rekening gestort. Ook mocht ik van haar gaan werken naast school, zodat ik beter kon rondkomen.”
Bij afspraken op school of bij medische problemen is een voogd aanwezig, als vertegenwoordiger van de ouders. “Wat ik heel fijn vond, was dat ze dan altijd moeite deed om dingen voor mij voor elkaar te krijgen. Ik denk dat ik het echt heb getroffen met Petra. Al moet het ook wel van twee kanten komen. Als je zelf als jongere je voogd met een negatieve attitude benadert, krijg je vanzelf weerstand terug.”
Toch vond Sarah het zeer prettig dat ze vanaf haar achttiende ‘eigen baas’ was, dat er niemand meer was die iets over haar te zeggen had. “Het betekende ook dat ik alles zelfs moest gaan regelen. Dat ging niet helemaal goed. Ik heb schulden gemaakt en ben onder bewindvoering geplaatst. Gelukkig heb ik inmiddels mijn kappersdiploma gehaald. Na de geboorte van mijn tweede, wil ik heel graag aan het werk en daarnaast studeren. Ik wil social work gaan doen, dat is iets wat ik echt leuk vind.”
*Sarah is in verband met de privacy een gefingeerde naam.